Satan (Hebreeuws: שָׂטָן śāṭān, "tegenstander") wordt binnen het christendom aangeduid als de duivel, aangezien hij in het Nieuwe Testament als zodanig wordt genoemd. Vaak wordt hij beschouwd als een gevallen engel of de gevallen aartsengel Lucifer, die door God uit de hemel werd verbannen na zijn opstand tegen Hem. Satan is de aanvoerder van de rebellerende gevallen engelen die God hebben verlaten en wordt gezien als de belichaming van het kwaad. In de Hebreeuwse Bijbel komt de naam Satan niet expliciet voor, maar de term verwijst naar een tegenstander, een valse raadgever of in sommige gevallen een mogelijke deserteur wanneer deze op mensen betrekking heeft. De term satan verschijnt in de Hebreeuwse Bijbel op vier verschillende plaatsen als een gepersonifieerd hemels wezen, waarbij de betekenis in deze context niet altijd duidelijk is. In de islam wordt Satan (Shaitan) beschouwd als een djinn. Sommige hedendaagse wetenschappers beweren dat Satan een fictief figuur is, voortgekomen uit de menselijke verbeelding. Deze discussie is al geruime tijd aan de gang. Charles Baudelaire, een dichter uit de negentiende eeuw, merkte op: "De slimste truc van de Duivel is ons te laten geloven dat hij niet bestaat." Is Satan een werkelijk wezen? En als dat zo is, waar komt hij dan vandaan? Is hij de onzichtbare kracht achter de problemen die onze wereld teisteren? Hoe kunnen we ons beschermen tegen zijn negatieve invloed?
De Bijbel presenteert Satan als een werkelijk bestaand individu die zich in het onzichtbare rijk van de geesten bevindt (Job 1:6). Het boek beschrijft zijn kwaadaardige en meedogenloze karaktereigenschappen, evenals zijn slechte daden (Job 1:13-19; 2:7, 8; 2 Timotheüs 2:26). Er zijn zelfs passages waarin Satan in gesprek is met God en Jezus. — Job 1:7-12; Mattheüs 4:1-11. Wat is de oorsprong van dit kwade wezen? Lang voordat de mensheid werd geschapen, creëerde God zijn 'eerste' Zoon, die uiteindelijk Jezus werd genoemd (Kolossenzen 1:15). Na verloop van tijd volgde de creatie van andere "zonen Gods", die engelen worden genoemd (Job 38:4-7). Deze wezens waren allemaal volmaakt en integer. Echter, een van deze engelen werd later Satan. De naam Satan werd hem niet gegeven bij zijn schepping. Het is een term die "Tegenstander, Vijand of Beschuldiger" betekent. Pas later kreeg hij de naam Satan, omdat hij een levensstijl aannam die in opstand kwam tegen God. In de kern van dit geestelijke wezen groeide trots en jaloezie jegens God. Hij verlangde ernaar dat anderen hem zouden aanbidden. Toen Jezus, de eerstgeboren Zoon van God, op aarde was, trachtte Satan zelfs om hem te verleiden tot "een daad van aanbidding" voor hem. — Mattheüs 4:9. Satan "was niet verankerd in de waarheid" (Johannes 8:44). Hij impliceerde dat God niet eerlijk was, terwijl hij zelf de grootste leugenaar was. Hij vertelde Eva dat ze gelijk aan God kon worden, terwijl hij zelf de ambitie had om als God te zijn. Door zijn bedrog vervulde hij zijn eigen egoïstische wensen. Voor Eva werd hij een figuur die boven God stond. Door naar Satan te luisteren, erkende Eva hem als haar god. — Genesis 3:1-7. Door anderen tot opstand te bewegen, transformeerde deze engel, die ooit het vertrouwen van velen genoot, zichzelf in een tegenstander en vijand van zowel God als de mensheid. De benaming "Duivel", wat "Lasteraar" betekent, werd aan deze goddeloze entiteit toegevoegd. Deze aanstichter van zonden beïnvloedde uiteindelijk andere engelen zodanig dat zij God ongehoorzaam werden en zich bij hem voegden in zijn rebellie (Genesis 6:1, 2; 1 Petrus 3:19, 20). Deze engelen droegen niet bij aan een verbetering van de menselijke situatie. Door het egoïstische gedrag van Satan na te volgen, werd de aarde "vervuld met geweld" — Genesis 6:11; Mattheüs 12:24.
Een crimineel kan op de plaats delict proberen zijn vingerafdrukken te wissen om geen aanwijzingen van zijn identiteit achter te laten. Echter, wanneer de politie arriveert, beseffen ze dat als er een misdaad heeft plaatsgevonden, er ook een dader moet zijn. Satan, de oorspronkelijke "doodbrenger", probeert eveneens zijn identiteit te verbergen (Johannes 8:44; Hebreeën 2:14). Tijdens zijn gesprek met Eva verhulde hij zijn ware aard door zich als een slang voor te doen. Ook in de huidige tijd probeert hij zich te camoufleren. Hij heeft 'de geest van de ongelovigen verblind', waardoor de omvang van zijn invloed verborgen blijft. — 2 Korinthiërs 4:4. Jezus verklaarde dat Satan het criminele brein is achter de corrupte wereld waarin wij leven. Hij noemde hem "de heerser van deze wereld" (Johannes 12:31; 16:11). De apostel Johannes schreef: "De gehele wereld ligt in de macht van de goddeloze" (1 Johannes 5:19). Satan "misleidt de gehele bewoonde aarde" en maakt daarbij gebruik van "de begeerte van het vlees, de begeerte der ogen en de trots van het leven" (1 Johannes 2:16; Openbaring 12:9). Hij is degene die door de mensheid in het algemeen wordt gevolgd. Degenen die Satan gehoorzamen, zoals Eva, maken hem in feite tot hun god. Daarom wordt Satan aangeduid als "de god van dit samenstel van dingen" (2 Korinthiërs 4:4). De gevolgen van zijn heerschappij omvatten huichelarij en leugens, oorlog, marteling en vernietiging, evenals misdaad, hebzucht en corruptie.
De Bijbel geeft een duidelijke waarschuwing: „Houdt uw gedachten bij elkaar, wees alert.” Waarom is dit belangrijk? Omdat 'uw tegenstander, de Duivel, rondloopt als een brullende leeuw, op zoek naar iemand om te verslinden' (1 Petrus 5:8). Hoewel deze Schriftplaats ernstig is, is het bemoedigend te weten dat alleen degenen die hun gedachten niet bij elkaar houden — die niet alert blijven — „door Satan [zullen] worden overwonnen”. — 2 Korinthiërs 2:11. Het is cruciaal om te beseffen dat Satan werkelijk bestaat en dat we ons door God 'sterk en standvastig moeten laten maken'. Op deze manier kunnen we ons verzetten tegen Satan en ons aan de zijde van God scharen. — 1 Petrus 5:9, 10.